'Ik heb hem een aantal keren uitgebreid mogen interviewen, en hij heeft ook spullen ingeleverd. Hij was heel behulpzaam, heeft ruim de tijd genomen om zijn verhaal te doen. Het verbaasde mij hoe goed hij zich bepaalde dingen nog wist te herinneren. Wat leuk was om te lezen en mee te maken was de onderlinge humor die ze hadden. Ze gingen ietwat wereldvreemd met elkaar om soms, en dat maakte het leuker en makkelijker om dingen op te schrijven. Saai werd het nooit. In het boek heb ik ook een correspondentie over de fax opgenomen die dat contact tussen hen prachtig illustreert.'
Je zou kunnen zeggen: Lennaert en Boudewijn zijn al zo vaak geďnterviewd - wat voegt dit boek daaraan nog toe?
'In die interviews komt Lennaert vaak zelf aan het woord, en Lennaert was een verteller van verhalen. Hoe schijnbaar openhartig hij in interviews ook sprak over zijn mislukte huwelijken, over zijn hoerenbezoek, over zijn drankgebruik, al snel kwam ik er achter dat Lennaert in werkelijkheid zo gesloten als een oester was. Het achterste van zijn tong heeft hij maar zelden laten zien, zelfs niet aan de mensen die hem het beste gekend hebben. "Hij droeg een zak met geheimen met zich mee," schrijf ik daarover in de inleiding van het boek. Dat is enigszins gezwollen geformuleerd misschien, maar zo was het wel.'
'Dit is natuurlijk de eerste keer dat zijn carričre zo diepgaand onder de loep is genomen. Uitgangspunt was voor mij zijn werk. Ieder liedje, boek, musical wordt behandeld. Omdat Lennaert vaak zo enorm autobiografisch schrijft, ontvouwt zijn levensverhaal zich daarna vanzelf. Wat ik zelf het meest indrukwekkend vond was de tragische wending die Lennaerts leven in de jaren tachtig nam, toen hij echt even helemaal de weg kwijt was. De verhalen die daarover naar boven kwamen vond ik echt indrukwekkend, alhoewel ik er echt voor gewaakt heb dat die inktzwarte periode in zijn leven niet de rest van zijn levensverhaal ging overschaduwen. Als journalist ben je natuurlijk altijd snel geneigd dat soort dingen uit te vergroten. In het begin was ik vooral met Lennaert zelf bezig, maar tijdens het schrijfproces ging ik steeds meer beseffen dat ik eigenlijk veel meer werd dan een boek over Lennaert Nijgh alleen. Om te beginnen is het natuurlijk al een halve biografie over Boudewijn de Groot, maar tegelijkertijd vertelt het boek ook alles over de geschiedenis van de Nederlandstalige popmuziek waar Nijgh toch zijn rol in heeft gespeeld. En op een hoger niveau leg ik het verhaal van de babyboomers bloot. In die zin staat Lennaerts verhaal zelfs model voor hoe het die hele generatie-jaren zestig is vergaan. Wat Lennaert en Boudewijn schreven, is toch op een bepaalde manier toch tot de soundtrack van de jaren zestig uitgegroeid. De jongeren van toen hebben zichzelf onmiddellijk herkend in die teksten, in groeiden in de jaren die volgden met hen mee. Ook zij hadden het vaste besef dat ze de wereld gingen veranderen, maar zagen hun idealen verdampen en vroegen zich aan het einde van de jaren zeventig af waar het allemaal goed voor was geweest. Ook zij trouwden jong en kregen te maken met scheidingen en ook zij kwamen in de kille jaren tachtig terecht van het 'no future'-denken terecht en vielen uiteindelijk ten prooi aan jeugdsentiment.'
Wat is persoonlijk jouw favoriete Nijgh-nummer eigenlijk?
'Pfff, moeilijk… er zijn zoveel fantastische nummers, dat past niet op één cd. Maar ik heb ook ontdekt dat Lennaert ook gewoon rommel geschreven heeft, dingen die terecht nooit uitgebracht zijn. In het boek heb om die reden de tekst van Nummer met de veren opgenomen, dat ziet er echt als een afgeraffeld A4-tje uit.'
'En er zijn ook prachtige teksten waarvan ik de muziek minder vind, en andersom is er ook prachtige muziek waarvan ik de tekst dan weer als mislukt beschouw. De meeste mensen kennen natuurlijk de hits en dat zijn ook stuk voor stuk geniale nummers, de lp Voor de overlevenden bijvoorbeeld heb ik tijdens het schrijven van het boek zo vaak gedraaid dat ik hem op een gegeven moment zat werd dus ik denk dat ik niet helemaal objectief meer ben ook. Maar Lennaert heeft in 1970 een schitterend gedicht geschreven over Joke, zijn eerste liefde die hem verliet maar met wie hij toen nog wel correspondeerde. De tekst van dat liedje, Brief aan een meisje in Engeland, trof mij ineens diep toen het verhaal erachter zich in volle glorie voor mij ontvouwde. Lennaert heeft in dat gedicht zijn hart echt helemaal uitgestort, er is geen letter van verzonnen maar hij heeft het ondertussen wel op een onnavolgbare manier verwoord. Het is een heel persoonlijk liedje, en toch is het tegelijkertijd heel herkenbaar, want hebben wij niet allemaal een Joke, een eeuwige grote liefde met wie het niets werd? Ook de muziek bij Meisje in Engeland vind ik prachtig, die is geschreven door Astrid Nijgh en het is ooit door Rob de Nijs op de plaat gezet. In haar nieuwe theaterprogramma zingt Astrid het trouwens zelf ook, met alleen gitaar. Fenomenaal zoals ze dat doet.'